God heeft mij lief
‘Ik ben in Nederland geboren en getogen, vanuit een Marokkaanse achtergrond. Ik ben getrouwd en heb twee zonen van 6 en 4 jaar oud. De diagnose “borstkanker” werd een jaar geleden gesteld. Ik kreeg chemotherapie en vervolgens bestralingen.
Ik heb last van een schuldgevoel. Soms heb ik pijn of verdriet maar ik houd me in, juist om naasten te beschermen en niet te veel te belasten. Vanuit mijn Islamitische achtergrond ervaar ik mijn ziekte als een gunst. Het is een wake-up call en geen straf van God. Mijn ziekte heeft iets positiefs: de dood is nu heel dichtbij voor mij. Toen ik gezond was stond ik daar veel minder bij stil. Juist door mijn ziekte let ik veel meer op de kleine dingen, probeer ik een beter mens te zijn. Dat wil niet zeggen dat ik voorheen een slecht mens was, maar ik heb deze ziekte gekregen omdat God mij liefheeft, heel veel van mij houdt en denkt dat ik dit aankan. Mijn zonden worden mij vergeven door dit lijden. Als ik geduldig ben en deze ziekte met geduld onderga, kom ik door dit lijden in de hemel en dat is het doel van ons leven. Binnen ons gezin ben ik het middelste kind en word gezien als het sterkste.
Mijn moeder zei in het begin na de diagnose: “Je hoeft het niet te benoemen dat je kanker hebt. Zeg maar gewoon dat je ziek bent”. Dat deed ze omdat te voorkomen dat ik gekwetst zou worden, dat mensen met bepaalde vragen zouden komen of op een bepaalde manier naar me zouden kijken. Ikzelf stond daar niet achter. Ik had geen zin me anders voor te doen en erover te liegen. Ik wilde open kaart spelen. Ik heb vanaf de eerste dag tegen mijn familie gezegd: “Ik wil dat jullie hier open over zijn. Ik heb borstkanker en klaar”. Met naaste familie, ook met tantes en nichten, praat ik er heel open over. Met ooms en neven blijven gesprekken vager. Ze vragen bijvoorbeeld: “Hoe voel je je nu? Welke behandeling krijg je nu?” Dat zou anders zijn als het om een hersentumor of huidkanker zou gaan.
Mijn diagnose viel vorig jaar net na Ramadan. Dit jaar vast ik wel. Geen eten en drinken van zonsopgang tot zonsondergang. Vanwege het seizoen zijn dat lange dagen maar in eerste instantie zat het weer erg mee. Wanneer de temperatuur toeneemt, neemt ook de dorst toe maar tot nog toe is het draaglijk. Ik mag het verbreken als het echt niet meer gaat, als het ten koste gaat van mijn gezondheid. Dus als ik me een dag niet goed voel, mag ik het verbreken en ga ik de volgende dag weer verder.
Ramadan heeft natuurlijk met ons geloof te maken maar ik heb de laatste tijd ook veel gelezen over de positieve kant van vasten voor het lichaam – je schijnt met vasten de tumorcellen uit te hongeren.’
Hannan, 30