Ik wil geen reconstructie
‘Toen ik begin 20 was, voelde ik al een knobbeltje in mijn borst. De huisarts zei dat het kwam door hormonale veranderingen tijdens de cyclus. Dit nam ik uiteraard gewoon aan en ik maakte me er verder niet druk om.
Het knobbeltje werd op een gegeven moment steeds gevoeliger, zelfs pijnlijk. Dit negeerde ik, denkende dat het kwam door de cyclus, en dat pijnlijke borsten gewoon hoorde bij het vrouw zijn. Ik ga sowieso niet snel naar de huisarts. Gewoon niet aanstellen, zei ik dan tegen mezelf.
Maar in april 2014 kreeg ik een longontsteking en kon ik een bezoek aan de huisarts niet langer vermijden. Nadat ik een recept voor een antibioticakuur had gekregen, vroeg ik of de huisarts toch ook even naar mijn pijnlijke borst wilde kijken. Hij zei dat het waarschijnlijks niks ernstigs was, maar dat ik voor de zekerheid toch maar even een afspraak bij de mammapoli in het ziekenhuis moest maken.
Diezelfde week kon ik er al terecht en na het lichamelijk onderzoek werd een mammogram gemaakt. Het borstweefsel moet dan tussen twee platen geklemd worden en dat was vanwege mijn A-cup erg pijnlijk. Daarna werd nog een echo gemaakt en een punctie genomen, omdat de borstfoto's niet duidelijk waren. De uitslag zou ik een week later krijgen. De arts drukte me op het hart dat ik me niet druk hoefde te maken: op basis van de foto's en mijn leeftijd was de kans heel klein dat het kwaadaardig was.’
Raamloos hok
‘Vijf dagen later zaten Wouter en ik weer in de wachtkamer van de mammapoli, nog steeds zorgeloos. We werden naar binnen geroepen en terwijl we richting de kamer liepen, passeerden we een groepje artsen. Ze stopten met praten en keken me allemaal aan met een blik vol medelijden. “Shit,” dacht ik, “dit is niet goed”. Voor het eerst drong tot me door dat dit ook slecht kon aflopen.
We werden in een kamer gezet die we niet kenden. De vorige keer zaten we in een grote lichte ruimte met overal posters van borstdoorsneden en folders, heel anders dan het kleine raamloze hok waar we nu in zaten. “Nou, als ze ons hier neerzetten moet het wel goed nieuws zijn,” merkte Wouter op. We moesten erom giechelen. Net toen ik me weer een beetje ontspande, ging de deur open. Het was de verpleegkundige. Of we even wilden meelopen naar de andere kamer. Wouter en ik keken elkaar bezorgd aan. Ik wist op dat moment honderd procent zeker dat we van de arts te horen zouden krijgen dat ik borstkanker had.’
Automatische piloot
‘Aan de arts was aan alles al te merken dat het niet goed zat: ze kwam binnen, zei ons vluchtig gedag, vermeed mijn blik, ging zitten en stak een officieel verhaal af. Ik weet niet eens precies meer wat ze zei. Ik zie alleen haar grote ogen voor me die me hulpeloos aankeken. “Bla bla, vorige week, bla bla, punctie, bla bla, er is borstkanker gevonden”. Het begon te suizen in mijn hoofd, het leek alsof ik alles vanaf dat moment van achter glas meemaakte. Ik hoorde mezelf op een heel zakelijke toon allemaal nuttige vragen stellen. Maar ik was het niet; mijn automatische piloot was ingeschakeld. En in die modus onderging ik de eerste tests: MRI, echo's, puncties, alles liep door elkaar.’
Behandelplan
‘Uit de scan bleek dat de tumor door mijn hele borst verspreid was. Op één plek was hij ook in mijn borstspier gegroeid: dat veroorzaakte de pijn. Gelukkig was de uitslag van de schildwachtklier negatief. Ik had geen uitzaaiingen in mijn lymfeklieren.
Mijn behandelplan was op dat moment: chemotherapie, zodat de tumor uit de borstspier kon krimpen, gevold door amputatie van de linkerborst met behoud van de lymfeklieren.’
Weg ermee
‘Na drie FEC-rondes bleek uit de scan dat de tumor 50% geslonken was. Ik kreeg allergische reacties op docetaxel, dus ging ik terug op FEC voor de laatste twee chemo's. Na de laatste kuur was er op de scan geen tumor meer te zien en na de operatie waren het snijvlak en de geamputeerde borst tumorvrij. Ik wist vanaf het begin dat ik een amputatie wilde. Geen fratsen, gewoon weg ermee. Achteraf bleek dat ook het beste, gezien de grote van de tumor en het kleine volume van mijn borst.
Geen moment heb ik er moeite mee gehad dat ik een borst kwijt ben. Ik denk dat het scheelt als je kleine borsten hebt, dan is het verschil met de andere kant ook niet zo groot. Ik kan me voorstellen dat het lastiger is als je één grote borst hebt en aan de andere kant niets.
Zoals ik er nu in sta, wil ik geen reconstructie. Om voor cosmetische redenen weer onder het mes te gaan en te moeten herstellen, zie ik echt niet zitten. Ik ben al heel dankbaar dat ik tumorvrij ben en (relatief) gezond.’
Chavelli, 29
Voor de chemotherapie begon, werd mij gevraagd of ik nog een kinderwens had. Ik had echt geen idee. Ik had wel wat anders aan mijn hoofd. Ik was net geopereerd, ik moest een zwaar behandeltraject in. Om later nog een keus te hebben, heb ik eicellen laten invriezen. Maar ik heb ze niet nodig gehad. Echt een wonder!