Een warme rilling, ik heb hoop.
Twee jaar ná initiële diagnose borstkanker in 2016, bleek dat de ziekte helaas al was uitgezaaid. Ik werd doorverwezen naar het Antoni van Leeuwenhoek (AvL), Nederlands Kanker Instituut (NKI) in Amsterdam omdat ik daar mogelijk in aanmerking zou komen voor een behandeling onder studie. Ik herinner mij het voor de eerste keer als "patiënt" binnenlopen bij het AvL. Die ervaring had behoorlijke impact op mij en bij thuiskomst heb ik dat van me af geschreven. Ik deel deze ervaring graag omdat ik besef hoe het zien van een sprankje HOOP zoveel kracht kan geven.
In de grote hal van het Antoni van Leeuwenhoek worden Pierre en ik warm welkom geheten. Het is alsof er een warme deken op me valt. De weg wordt ons gewezen maar de route staat ook heel goed aangegeven. We volgen de bordjes en ik meld me bij de balie. De dame van de administratie neemt de persoonlijke gegevens door, maakt een inlogcode aan voor het medisch dossier en ik krijg een barcode-kaart. Vanaf nu kan ik me bij elke afspraak aanmelden bij een zuil. Voorafgaand aan de arts-afspraak volgt nu de standaard "keuring". Voor ik het weet zit er een thermometer in m'n oor, bloeddrukmeter om m'n arm, word ik een weegschaal op geloodst en wordt m'n lengte gemeten. Daarbij wordt tig keer naam en geboortedatum gecheckt. Het voelt als een vee-keuring ondanks de vriendelijke begeleiding. Het is routine voor de vrolijke kletsende verpleegkundige die mij helpt. Inmiddels is het ook wel routine voor mij want in het Amphia Breda onderga ik deze check-up ook regelmatig.
Daarna mogen Pierre en ik plaatsnemen in een wachtruimte. Een ruimte die met vrolijke kleuren, grote raampartijen en grenzend aan een groenstrook, in ieder geval niet negatief aanvoelt. De ruimte zit vol, héél vol. Onbewust scan ik de wachtenden. Jong, oud, man, vrouw, samen, alleen. Afgezien van het feit dat we in hèt kanker instituut zijn, is het ook zichtbaar aan de aanwezigen hier. Om ons heen zien we kale koppies, chemomutsjes en -sjaals, beginnende stekeltjes en pruiken. Maar ook de rolstoelen, het verband om armen en handen, de mensen slepend met infuuspalen, verraden dat het patiënten betreft. Zo véél, zo ongelooflijk véél zieken. Ik ben er stil van, net als Pierre.
De wachtruimte is niet stil. Bijzonder hoe vrolijk iedereen hier is. Geduldig wachtend, kletsend, lezend en ja, ook lachend. Om de paar meter hangen tv-schermen waarop informatieve filmpjes worden afgespeeld.
In een animatie zie je t- cellen door een bloedvat zweven en hoe ze in het lichaamsweefsel terechtkomen om daar cellen te controleren en de foute cellen vervolgens te vernietigen. De animatie laat zien hoe de t-cellen misleid worden door de té slimme kankercellen zodat deze kunnen blijven leven en vermenigvuldigen. Het ziet er zó simpel uit op het filmpje en het laat zien dat de wetenschap inmiddels héél goed weet hoe kanker "te werk gaat". Waarom is het dan zo moeilijk om dé oplossing te vinden, hét geneesmiddel? Op tv zie ik wat er binnen in mijn eigen lijf gebeurt en ik weet niet wat nodig is om het proces van kankergroei stil te leggen. Ik kan er niet van wegrennen of me er voor verstoppen. Het verlamt mij.
Een nog jonge jongen loopt voorbij en ik ben ineens weer met mijn gedachten in de wachtkamer. Ik zie dat de jongen zich aanmeldt en gaat zitten. Pierre slaat het ook gade en kijkt mij aan. We voelen en denken hetzelfde...zo jong! En hij is alleen! Vanuit mijn buik kruipt een rilling omhoog en ik vecht om de opkomende tranen tegen te houden. Wat voelt het leven f*cking oneerlijk!
De jongen wordt al snel binnen geroepen bij zijn arts. Op het tv-scherm wordt inmiddels aangegeven wat de uitlooptijden zijn van de andere artsen. Wij moeten nog even wachten blijkbaar voordat ik aan de beurt ben. Fijn dat er genoeg afleiding is door de tv-schermen en tijdschriften. Iedereen wacht geduldig.
Niet lang daarna gaat de deur weer open waar de jongen naar binnen was gegaan en met een grote glimlach zien we hem de hand schudden van de dokter. "Dan zien we elkaar weer over een jaar" hoor ik de dokter zacht zeggen en hij geeft met zijn vrije hand een geruststellend klopje op de schouder van de veel langere jongen. Weer vangen Pierre en ik elkaars blik en we glimlachen opgelucht van oor tot oor. We zijn zo blij voor hem! Vanuit mijn buik kruipt een rilling omhoog, een warme rilling, ik heb hoop..
Nicole de Graaf (49)